Vinicio Capossela draagt zijn vijftiende cd ‘Rebetiko Gymnastas’ op aan de rebétiko. De ‘Griekse blues’ die ontstond in de havensteden Athene, Piraeus en Thessaloníki. De aanvankelijk verboden muziek waarin decennia lang over drank, drugs en criminaliteit werd gezongen en die uiteindelijk uitgegroeide tot de nationale muziek van Griekenland.

Caposella blijft op ‘Rebetiko Gymnastas’ dicht bij zijn eigen manier van componeren. Liedjes hebben een heldere melodie en een duidelijke structuur, wat een keurmerk is van deze zuid Italiaanse zanger. De melodieën zijn zo geschreven dat ze ook overeind blijven als je ze alleen op piano of gitaar zou begeleiden. Een kracht die nog eens wordt versterkt door de manier van arrangeren. Er klinken prachtig ‘spontane‘ bewerkingen op accordeon, heerlijk Farfisa orgel (Misirlou) piano, (bas)gitaar en slagwerk aangevuld met de Griekse instrumenten baglama en bouzouki die het rebétiko timbre weliswaar versterken maar echt rebétiko wordt het nergens. De muziek van Caposella heeft een hoog theatraal karakter en wordt eigenzinnig door de ongebruikelijke instrument combinaties met melodisch onverwachte wendingen. Af en toe leunt zijn stem timbre richting Tom Waits met een rauwe en straf stemgeluid: wat overigens niet geld voor de cd ‘Rebetiko Gymnastas’, waar zijn stem juist opmerkelijk fris klinkt met een subtiel rauw randje.

De rebétiko ontstond begin 20ste eeuw in een donkere periode van Griekenland waar problemen rond armoede, werkeloosheid en de daaruit voortkomende drank, drugs en criminaliteit problematiek dagelijkse kost was. Het album ‘Rebetiko Gymnastas’ is een eerbetoon aan deze bijzondere muziek en wordt opgedragen aan de ‘blues van Griekenland’ op gymnastische wijze.

Vinicio Capossela geeft een concert in de Melkweg (Amsterdam) op 14 april 2013

Vinicio Capossela: ‘Rebetiko Gymnastas’ (La Cùpa/Ponderosa Music)

© Mattie Poels.