Fanfaraï wordt opgericht in 2005 door percussionist Samir Inal die het orkest van meet af aan een feestimago bezorgd, waarbij hij veelal gebruik maakt van een scala aan Noord Afrikaanse stijlen die in een moordend tempo voorbij vliegen. Op hun nieuwe cd ‘Tani’ dat ‘tweede’ betekent, borduurt hij voort op deze strak georganiseerde chaos en maakt van Fanfaraï een wereldband.

English version below

Fanfaraï is een fanfare met blazers; trompet, saxofoon, trombone en tuba, aangevuld met (strak gespeelde) drums, conga’s, darbouka, bendir en quaraqeb. Nieuw is deze opzet niet. Wel nieuw is de Noord Afrikaanse invloed die voortdurend doorklinkt in de muziek: chaabi, raï, de gnawa en de polyritmiek in blazers en percussie. Maar ook horen we de veel minder interessante Amerikaanse middle-of the-road big band stukken ‘Saïssi’ en ‘Wayé Lahbib el Ghali’, die niet alleen uit de toon vallen maar je ook het gevoel geven dat je naar een andere cd luistert. Toch blijft  ‘Tani’ een bijzondere album dat nog eens wordt versterkt door de charismatische zang van Abdelkader Tab die naast zanger ook percussionist is en de gumbri bespeelt, hét gnawa instrument (schitterend in ‘Elmina’). Fanfaraï klinkt als één orkest met uitgesproken en verdraaid goed en strak gespeelde arrangementen. Bijzonder fraai zijn de dubbele (blazers) melodieën die tegen elkaar worden gespeeld en de muziek een dubbele lading geeft (‘Goulou l’Rim‘), aangevuld met solo’s. Fanfaraï’s tweede cd ‘Tani’ klinkt opzwepend, massief en compact en verbindt op een speelse manier westerse funk en reggae met Noord Afrikaanse muziek. Een prachtige combinatie waarbij fanfare muziek dwars door de Maghreb trekt.

English version below

Fanfaraï was founded in 2005 by percussionist Samir Inal. He gave the orchestra a kind of celebrating image by using different North African styles played in a spontanious way. On the new cd ‘Tani’ (‘second‘) he transformed Fanfaraï into a world band.

Fanfaraï is a brass band with trumpet, saxophone, trombone and tuba added with (tight played) drums, conga, darbouka and quaraqeb. ‘Nothing new‘, you would say. But néw and exciting is the North African heart-beat you hear constantly in the music, which is really sweltering: chaabi, raï, gnawa and the poly rhythmic brass and percussion. But you also hear the less interesting sound of an American middle-of-the-road big band in the compositions ‘Saïssi’ and ‘Wayé Lahbib el Ghali’, which make you feel listening to another cd. They are different than the rest of the album. Anyway, ‘Tani’ is still a remarkable, reinforced by the charismatic voice of Abdelkader Tab, who is a wonderful singer, percussionist and gumbri player: thé gnawa instrument (wonderful in ‘Elmina‘). Fanfaraï sounds like óne orchestra, with clear and tight arrangements. Really nice are the double melodies, played by brass instruments, who give the music a double layer (‘Goulou l’Rim‘), filled with solo’s. Fanfaraï second cd ‘Tani’ sounds intense, massive and compact and connects western funk and reggae with North African music. A way to bring brass band music throughout the Maghreb.

  • Fanfaraï: ‘Tani’ (Tour’n’sol/XMD-Xango)

© Mattie Poels.